Trouw, Podium, 24 juli 2001
 

Planten van bomen geen langdurige oplossing

Het broeikaseffect is erkend als probleem en bosaanwas als deel van de oplossing, beide met steun van de klimaatwetenschappers. Dat is niet zo verstandig.

De succesvolle afronding van de klimaattop in Bonn toont aan dat politici het klimaatprobleem serieus nemen. De afgelopen maanden is op meerdere fronten weer een welles-nietesspel gespeeld over de vraag of klimaatverandering een probleem is, of bosaanwas een deel is van de oplossing en of het Kyoto-protocol in werking zou kunnen treden.
Door voor sommige landen een belangrijke rol voor bosaanwas toe te staan hebben de politici in Bonn de ratificatie van het protocol mogelijk gemaakt. De oplossing die voorligt in het Kyoto-protocol, is echter slechts een eerste stap. Veel landen erkennen dit, waaronder de landen van de EU.
Zoals bleek in Bonn, bestaat in die eerste stap de mogelijkheid om sommige landen nog wat uitstel te geven in het terugdringen van hun broeikasgasuitstoot door het meetellen van bosaanwas.
Maar vele aspecten van bosaanwas zijn zeer onzeker. Toen de milieuministers in 1992 in Rio de Janeiro en in 1997 in Kyoto met elkaar afspraken dat de deelnemende landen behalve aan emissie-reducties ook moesten werken aan het vergroten van de opslag van CO2 (onder andere in bossen), bestond bij de beleidsmakers vanwege de onenigheid onder verschillende experts grote behoefte aan een consensus-rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Dat bracht daarom vorig jaar het rapport 'Land Use, Land-Use Change, and Forestry' uit.
Een van de zekerheden die in dat rapport werden genoemd, is dat nieuw geplant bos twintig tot vijftig jaar koolstof opneemt. Een van de onzekerheden is of dat bos op langere termijn zal blijven groeien of weer in koolstofdichtheid af zal nemen. Deze toekomstige groei of krimp wordt ook beïnvloed door andere onzekere factoren, zoals CO2-bemesting die kan stoppen bij hogere CO2-concentraties en temperaturen en een mogelijk tekort aan andere benodigde voedingsstoffen voor het bos.
Voor de korte termijn spelen die onzekerheden geen rol, zo werd de boodschap van de wetenschappers naar de beleidsmakers in Bonn overgebracht. Het is een kwestie van het in de gaten houden van de bossen en zodra blijkt dat deze weer CO2 afstaan aan de atmosfeer kan dat gewoon in de boekhouding worden opgenomen.
De steun van het IPCC werd in de onderhandelingen over bosaanwas meerdere malen aangehaald, onder andere door Canada, om een ruimhartige houding te verdedigen ten aanzien van het meetellen van bosaanwas in de reductiedoelstellingen van Kyoto.
Ook de voorzitter van het IPCC, dr. Robert Watson, werd het niet moe de afgelopen weken in Amsterdam en Bonn de wetenschappelijke houdbaarheid van de opname van bosaanwas in het Kyoto-protocol te verdedigen. Zijn eenvoudige argument: een bos dat groeit haalt CO2 uit de lucht. En verder kijken dan de periode 2008-2012 hoeft volgens hem niet, want daar gaat het protocol niet over.
Op de korte-termijn lijkt het ruimhartig meetellen van bosaanwas aantrekkelijk. Op de langere termijn zijn voorstellen als die van de Canadese minister van milieu David Anderson ("wie een boom plant, krijgt het recht om een bepaalde hoeveelheid kooldioxide uit te stoten") echter problematisch. Omdat volgens het IPCC de totale hoeveelheid CO2 die in bossen kan worden opgevangen veel minder is dan wat we via de verbranding van fossiele brandstoffen de komende decennia zouden kunnen uitstoten, is het gevaarlijk om te denken in termen van communicerende vaten. We moeten het een doen en het ander niet laten. Dus: zowel bossen planten als de uitstoot reduceren.
Het IPCC heeft in zijn doelstellingen staan dat het 'beleidsrelevante maar niet beleidsvoorschrijvende' rapporten uit moet brengen. Dit zijn goede principes, die gehandhaafd moeten blijven. Het is goed dat het IPCC prominent aanwezig is op de conferenties van het klimaatverdrag. Een iets minder instrumentele rol van dit prominente wetenschapspanel zou, nu de trein van het klimaatbeleid enigszins in beweging is gezet, in de toekomst echter geen kwaad kunnen.
Ook als de politici niet vragen om een visie voor de lange termijn hebben wetenschappers de verantwoordelijkheid die toch te bieden.

Arthur Petersen, als wetenschapsfilosoof verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, doet onderzoek naar het IPCC, het Intergovernmental Panel on Climate Change.
 

Naar homepage van Arthur Petersen