de Volkskrant, Forum, 21 oktober 1999
Clinton maakte het Senaat te makkelijk
De ontwikkeling van computertestprogramma’s was voor Clinton een
belangrijk argument voor ratificatie van het Kernstopverdrag. Juist hiermee
verschafte hij de Republikeinen echter een argument om tegen te stemmen,
meent Arthur Petersen.
In de meeste analyses na de afwijzing van het Kernstopverdrag door de
Amerikaanse Senaat krijgen de Republikeinen de zwarte piet toegespeeld.
Zij zouden partijpolitiek hebben bedreven. Daar valt een hoop voor te zeggen.
Zo is bijvoorbeeld een van de technische argumenten die de Republikeinen
uitspeelden, namelijk dat heel kleine kernexplosies niet te detecteren
zijn, uiterst zwak (Forum, 15 oktober).
De Republikeinen brachten echter ook nog een ander technisch argument
in, waaraan weinig aandacht is besteed. Namelijk dat het Stockpile Stewardship
and Management Program van de Amerikaanse regering, waarmee de kwaliteit
van de kernwapenvoorraad (veiligheid van het beheer en effectiviteit van
het gebruik) moet worden gegarandeerd, fundamenteel niet deugt.
De regering Clinton heeft in combinatie met het propageren van het Kernstopverdrag
gezocht naar een methode om de huidige voorraad kernwapens kwalitatief
en numeriek op het peil te houden dat volgens ontwapeningsverdragen is
toegestaan. Omdat het testen van complete kernwapens onder het nieuwe Kernstopverdrag
niet meer mogelijk is, is de Amerikaanse regering binnen het Stockpile
Stewardship and Management Program begonnen met een ambitieus programma
voor de ontwikkeling van computersimulaties van complete kernwapens.
Het doel van het programma is om binnen tien jaar over een werkende
virtuele testfaciliteit te beschikken. Gekozen is voor het experimenteel
testen van delen van de computerprogramma’s. Hoewel het niet is toegestaan
om een kernwapen in zijn geheel te testen, zo is de redenering, kunnen
wel allerlei deelprocessen in laboratoria worden bestudeerd en in deel-computerprogramma’s
worden omgezet. De integratie van al deze deel-computerprogramma’s tezamen
in één computerprogramma levert dan de mogelijkheid op een
compleet wapen te testen.
De inzet van de Republikeinen is dat de doelstellingen van het Stockpile
Program op deze wijze niet bereikt kunnen worden. Er kleven nog zoveel
onzekerheden aan de computersimulaties dat de gekozen strategie weleens
tot grote ongelukken en/of mislukkingen zou kunnen leiden. Volgens de Republikeinen
is ondergronds testen van kernwapens de enige manier om te weten hoe deze
wapens zich werkelijk gedragen.
Het lijkt er inderdaad op dat de regering Clinton met haar keuze voor
het ontwikkelen van computersimulaties van complete kernwapens riskant
heeft gehandeld. Zij kan de Republikeinen op dit punt niet van krachtige
repliek dienen, met name omdat ook binnen de wetenschappelijke wereld scepsis
bestaat over de mogelijkheid om betrouwbare kennis te verwerven met behulp
van computersimulaties zonder dat die simulaties in hun geheel kunnen worden
vergeleken met echte experimenten.
De regering had volgens vele kernwapenexperts ook voor een andere strategie
kunnen kiezen. Voor de kennis van de veiligheid en effectiviteit van bestaande
wapens is het niet nodig om de explosieve kern van deze wapens steeds te
testen. In verhouding tot de andere onderdelen van kernwapens veroudert
deze kern maar langzaam. Men had dus aan de doelstelling kunnen voldoen
door gewoon ouderwets experimenteren met de onderdelen die om de kern heenzitten.
Deze strategie had de Republikeinen een argument minder gegeven om het
Kernstopverdrag af te wijzen.
In bovenstaande analyse werd ervan uitgegaan dat de onzekerheden die
kleven aan de simulatie van kernwapens te groot zijn om serieus gebruik
te maken van de op die manier verworven kennis en ontwikkelde technologie.
Stel nu eens dat de Republikeinen ongelijk hebben en dat wetenschappers
wél in staat zullen zijn om een betrouwbare virtuele testcapaciteit
te ontwikkelen. Dan staan we op dit moment aan het begin van een nieuwe
wapenwedloop, waarbij de computer niet alleen zal worden ingezet voor het
bewaken van de kwaliteit van het huidige kernwapenarsenaal maar ook – en
vooral – voor het ontwikkelen van nieuwe, nog verschrikkelijker massavernietigingswapens.
Dus rest maar een conclusie: de huidige of de volgende Amerikaanse regering
zal een eind moeten maken aan het programma van kwaliteitsbewaking met
behulp van computersimulaties en terug moeten vallen op gewone experimenten
met de onderdelen buiten de kern met explosief materiaal. Alleen op die
manier kan het Kernstopverdrag een zinvolle rol vervullen en kan de draad
van verdere ontwapening weer worden opgepakt met als einddoel de verwijdering
van alle kernwapens.
Arthur Petersen is onderzoeker op
het gebied van wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.